Aansprakelijkheid accountant jegens derden? Hof stelt duidelijke grenzen
Published
Leestijd
De zaak
Hoge Raad 6 september 2024, ECLI:NL:HR:2024:1137
Appellanten kochten in 2009 een meerderheidsbelang in Eko Blok, een houtskoolbedrijf, en baseerden zich daarbij op jaarrekeningen over 2005–2007, gecontroleerd door de accountant. Achteraf bleek de financiële situatie van het bedrijf veel slechter. Appellanten stelden dat de accountant fouten had ge-maakt, onder meer door risicovolle leningen te hoog te waarderen en een schuld van € 2,5 miljoen aan een klant (Rheinbraun) niet te vermelden. Zij vorderden schadevergoeding wegens onrechtmatige daad en wanprestatie.
Onderscheid zorgplicht uitvoering wettelijke en niet-wettelijke taak
Het hof gaat allereerst in op het juridisch kader voor aansprakelijkheid van accountants jegens derden. Het hof maakt een onderscheid tussen de zorgplicht bij de uitvoering van een wettelijke taak en een niet-wettelijke taak. Als het gaat om de uitvoering van een wettelijke taak, zoals de jaarrekeningcontrole, verwijst het hof naar het Vie d’Or-arrest van de Hoge Raad. Daaruit volgt dat derden hun gedrag moeten kunnen afstemmen op de informatie van de controlerend accountant en bij het nemen of handhaven van hun (financiële) beslissingen erop moeten kunnen vertrouwen dat het gepresenteerde beeld niet mislei-dend is. Het hof oordeelt, onder verwijzing naar vaste jurisprudentie van de Hoge Raad, dat in het kader van de zorgplicht bij een niet-wettelijke taak slechts sprake kan zijn van voorzienbare schade indien de accountant bekend is met de voorgenomen beslissing van de derde en de daarbij betrokken (ver-mogens)belangen.
Appelanten onzorgvuldig, haastig en onvoldoende onderzoekend
De gecontroleerde en goedgekeurde jaarrekeningen over 2005/2006 en 2006/2007 vallen onder de wette-lijke taak van de accountant. Het hof oordeelt dat alleen ten aanzien van het verwijt van de waardering van de leningen in deze goedgekeurde jaarrekeningen geen gedegen controle heeft plaatsgevonden, waardoor onrechtmatig handelen vaststaat. Volgens het hof was er echter geen sprake van causaal verband. Appellanten hadden niet onderbouwd dat zij de aandelen niet gekocht zouden hebben als de waarderingen correct waren geweest. Bovendien hadden appellanten een due diligence-rapport gene-geerd, ondanks meerdere signalen van financiële risico’s. Daarmee was er volgens het hof sprake van eigen schuld: appellanten waren onzorgvuldig, haastig en onvoldoende onderzoekend te werk gegaan.
Appellanten gingen tegen dit oordeel in cassatie. De Hoge Raad deed het arrest echter af op grond van artikel 81 RO en liet het arrest van het hof in stand.
Onderzoeksplicht professionele onderzoekers
Deze uitspraak onderstreept dat vertrouwen op een jaarrekening niet genoeg is. Ook professionele in-vesteerders hebben een onderzoeksplicht. Dat geldt temeer als er signalen zijn dat er risico’s kleven aan een overname. Wie die signalen negeert en zich haastig in een transactie stort, draagt zelf een aan-zienlijk deel van de verantwoordelijkheid.
Erik Stoffels
Onze doelgroep kenmerkt zich door een sterke regulering van onder andere de verzekeringen. Wij kennen deze richtlijnen goed en kunnen daardoor garanderen dat dekkingen voldoen aan de eisen die hiervoor gelden.
